Ik keek vanochtend naar het programma ‘Boeken met Brands’, waarin Wim Brands een gesprek had met de filosoof Peter-Paul Verbeek. Volgens Verbeek kun je de mens niet meer los zien van de techniek. Zoals een vogel vleugels heeft om te kunnen vliegen, heeft de mens techniek om hem voort te helpen. Dit is niet helemaal de plek om hier verder op in te gaan, maar je kunt hier meer lezen: Techniek en de grens van de mens. In het interview noemt Verbeek als een van de technische ontwikkelingen die binnen nu en ongeveer tien jaar werkelijkheid zouden kunnen worden een soort haardroogkap die invloed heeft op je hersenen. Deze kap zou bijvoorbeeld juist die hersengebieden kunnen stimuleren, die zorgen voor een geluksgevoel.
Deze machine ziet er volgens mij zo uit. Als je instapt vormt de dragende stof zich perfect om je lichaam en zorgt voor directe ontspanning. Boven je ontwaar je een strak blauwe lucht met misschien een enkel wolkje. De temperatuur is aangenaam en er is een briesje wind om voor tijdige verkoeling te zorgen. Je valt niet in slaap, maar doezelt juist een beetje.
Als je arm buiten de dragende stof valt, voel je onder je gras. Contact met de natuur is heel belangrijk. Het blijkt dat er nu heel eenvoudig een schommelende beweging op gang komt. Heel rustig, maar toch zo dat je telkens iets steviger in de stof wordt geduwd. Deze beweging zorgt er ook voor dat de zon niet permanent in je gezicht schijnt.
Ben je eenmaal aan deze situatie gewend, dan word je je meer bewust van je omgeving. Op de hoek van de dakgoot van het huis voor je, landt een merel met een vreemde capriool en begint te zingen. Uit het huis hoor je nu stemmen. De stemmen van degenen waar je het meest van houdt. Je hoort niet precies wat ze zeggen, maar het geheel klinkt geruststellend en vertrouwd.
Het is de verjaardag van je middelste dochter en samen met een vriendin die haar begeleidt op de piano zingt ze een indrukwekkende Der Hölle Rache uit Mozart’s Die Zauberflöte. Aan het einde van deze aria barsten de achterburen spontaan uit in applaus. Mijn dochter lacht.
In de keuken wordt door je grote liefde een uitgebreide High Tea bereid op speciaal verzoek van de jarige en inmiddels dringt zich ook onmiskenbaar de geur van vers gebakken scones aan je op. Een zekere spanning omtrent wat er precies geserveerd gaat worden, maakt zich van je meester. Natuurlijk heeft een en ander minder zeggingskracht zonder een tegenhanger. Daar is ook voor gezorgd in deze machine. Ineens bedenk je dat er regen is voorspeld. Er komt altijd weer regen. Maar nu nog niet. Nu is perfect.
O ja. Deze geluksmachine bestaat en hangt in mijn achtertuin. Het is een prachtig stukje techniek genaamd … hangmat.
Scones
Print
Recipe type: High Tea
Author: Cees Holtkamp
Prep time: 45 mins
Cook time: 7 mins
Total time: 52 mins
Serves: 20 stuks
Deze scones worden traditioneel geserveerd met clotted cream en jam. Probeer deze clotted cream te krijgen. Hij vormt een perfecte combinatie met de jam en de scones.
Ingrediënten
500 g bloem
25 g bakpoeder
5 g zout
100 g witte basterdsuiker
250 g roomboter
200 g melk
1 ei
250 g rozijnen
1 ei, losgeklopt
Bereiding
Verwarm de oven voor op 220 °C.
Meng bloem, bakpoeder, zout en basterdsuiker. Snijd de boter in blokjes en kneed ze erdoor.
Meng vervolgens de melk en het ei erdoor, en als laatste de rozijnen.
Laat het geheel een half uur rusten in de koelkast.
Bestuif het werkvlak met bloem en rol het deeg uit tot 3 cm dikte.
Steek er rondjes uit van 6 centimeter Ø .
Leg ze op een goed ingevette bakplaat en bestrijk ze met het losgeklopte ei.
Laat ze een ½ uur rusten en bestrijk ze dan nogmaals met het losgeklopte ei.
Bak de scones 7 minuten in de voorverwarmde oven.
1.2.4
De scones waren alles wat de geur beloofde en gemaakt volgens het recept van Cees Holtkamp uit De Banketbakker. Een boek dat ik hier graag aanbeveel!
Al weer een tijdje geleden ben ik benaderd door Natasja Oehlen om een recept te schrijven voor haar site biobudget.nl. Op dit moment moet haar site nog gelanceerd worden. Om er nou niet de reden van te zijn dat de lancering nog langer op zich laat wachten, ben ik maar eens aan de slag gegaan. De opdracht luidt: schrijf een recept voor vier personen, dat qua inkoop onder de 12 euro blijft. O ja, wel met biologische ingrediënten. De gelegenheid heeft me er tevens toe gebracht om de recepten op deze site maar eens ‘google recipe search friendly’ te maken. Enfin, technisch verhaal. Verder niet interessant.
Ik maak privé al jaren een pizza met witlof en gorgonzola. Grote favoriet van de familie en zoals dat gaat is het recept vaak afhankelijk van wat er precies in huis is. Speciaal voor de gelegenheid heb ik een en ander maar eens vastgelegd.
Pizza met witlof en gorgonzola dolce
5.0 from 1 reviews
Print
Recipe type: Hoofdgerecht
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 1 hour
Cook time: 10 mins
Total time: 1 hour 10 mins
Serves: 4
Deze pizza laat zich met een eenvoudige groene salade goed als hoofdgerecht serveren.
Ingrediënten
300 g bloem
9 g droge gist
195 g water
6 g zout
3 tomaten
100 g gedroogde tomaten
75 g rucola
25 g pijnboompitten
50 ml extra vierge olijfolie
500 g witlof
100 g gorgonzola dolce
100 g mozzarella
90 g taggische olijven
Bereiding
Zet een deeg van de eerste vier ingrediënten en laat minimaal een uur rijzen op een warme tochtvrije plek.
Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan of in de oven op 180 °C. Snijd de verse tomaten in vieren en verwijder de zaden en vocht. Draai samen met de rucola, gedroogde tomaten, pijnboompitten, olijfolie en peper en zout tot een pasta.
Verwarm de oven voor op 220 °C.
Snijd de witlof in kleine reepjes en blancheer ze kort. Dit haalt deels de bittere smaak weg. Laat de witlof afkoelen en druk er zo veel mogelijk vocht uit.
Snijd de kazen in kleine stukjes en de olijven in de lengte in tweeën.
Sla het deeg terug en rol uit tot de grootte van de plaat die je in de oven gaat doen. Smeer eerst de pasta uit en beleg je deeg vervolgens met de witlof, kazen en de olijvenstukjes.
Op 6 en 13 juni is er een biologische wijncursus in restaurant Deeg. Deze cursus wordt gegeven door Eveline Scheren en ik kan iedereen die geïnteresseerd is in biologische wijn aanraden deze cursus te volgen. Meer informatie kun je vinden op de site Vine to Wine. Nu biedt Eveline ook een biologisch wijnabonnement aan, waarbij ze het leuk vindt om een passend eetadvies te geven. En, je raadt het al, ze heeft mij gevraagd een receptje te bedenken bij één van de wijnen.
Eergisteren, na de service, keuken schoon en omgekleed, heb ik mij aan de zware taak gezet om deze wijn te proeven. Altijd lastig. Eigenlijk meer zin in een koud biertje enzovoort. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik al een ideetje voor een recept in mijn hoofd had (lees: had klaarliggen). Toch maar even de wijn geproefd. Wat een verrassing! In de neus heel veel blauw fruit, in de mond heel soepel met milde tannines en ondanks deze soepelheid toch stevig. Een beetje peperig met kruiden. Een hint van kruidnagel en zoethout. Als de beide andere wijnen uit het abonnement kwalitatief net zo zijn, dan zul je er erg gelukkig van worden.
Deze wijn, de Hospices Catalans Grande Réserve 2008, komt van het Franse huis Cazes. Zij maken een brede waaier aan wijnen en een drietal daarvan staat ook op de kaart bij Deeg. Maar deze kende ik nog niet. Eind jaren ’90 is Cazes geheel overgeschakeld naar biologisch/bio-dynamische wijnbouw en vinificatie. Hun 200 hectare grote landgoed ligt in Rivesaltes, het hart van Roussillon.
Van het “Hospices Catalans” label wordt 3 cent per fles gedoneerd aan de hospital association. De donaties worden voornamelijk gebruikt om bijvoorbeeld ouders die bij hun zieke kind willen blijven onder te kunnen brengen. Nog een reden om van deze wijn te houden.
Blijft nog mijn ‘sublieme’ wijn-spijscombinatie. Ik had, zonder de wijn te proeven, bedacht dat een recept met longhaas wel leuk zou zijn. Maar dat idee heb ik direct laten varen. Na de wijn geproefd te hebben moest ik direct aan eend met kersen denken. Mijn collega, de onvolprezen Zweedse kok, had kalfsvlees associaties. Inderdaad. Misschien wel een stoofpot met ouder kalf, pinkenvlees. Later op de avond kreeg ik ineens vreselijk veel zin in pissaladière. De Franse versie van pizza, met veel uien, ansjovis en olijven. Dat moest toch ook wel wat te betekenen hebben? En als ik er nu over nadenk, zal dat vermoedelijk een heel troostrijk maal opleveren in combinatie met deze wijn. In ieder geval ben ik die nacht denkend aan (en dromend over) pissaladière naar huis gefietst.
Toen ik de volgende morgen op internet zocht naar streekgerechten uit de Roussillon, stuitte ik onmiddellijk op… eend met kersensaus! Nou, dat is ook wat. Hier komt mijn versie.
In deze versie wordt de eendenborst droog gemarineerd in een kruidenmengsel. Dat mengsel kun je eenvoudig zelf maken. Gebruik gelijke delen kaneel, kruidnagel, foelie en sechuanpeper en rooster een en ander in een droge koekenpan. Dit roosteren maakt veel extra smaken los. Maal het geheel tot een poeder in de kleine bak van de magimix, het hulpstuk van je staafmixer, koffiemolen of op een andere manier. Bedenk maar iets. In de vijzel kun je er veel agressie/liefde mee/in kwijt.
Droog gemarineerde eendenborst met kersensaus
Print
Recipe type: Hoofd
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 20 mins
Cook time: 20 mins
Total time: 40 mins
Serves: 4 personen
Ingrediënten
4 eendenborstfilets (canettes)
4 el droge marinade
400 ml gevogeltefond
2 takjes tijm
1 laurierblad
1/2 steranijs
200 ml port
200 gram verse kersen (ontpit)
Bereiding
Snijd de huidzijde van de filets in met een scherp mes in een ruitpatroon. Tot op het vlees, niet erin. Wrijf de filets in met zeezout en de droge marinade. Laat dit tot 24 uur intrekken.
Kook de port met de smaakgevers in tot de helft en voeg vervolgens de gevogeltefond toe. Kook dit nog eens verder in tot de gewenste concentratie.
Breng het geheel op smaak met peper en zout en haal door een fijne zeef.
Warm nu de kersen op in de saus en laat het geheel enige tijd goed doortrekken.
Nog eens proeven. Misschien heeft de saus een heel klein beetje suiker nodig om de smaak van de kersen omhoog te halen.
Vlak voor serveren de saus monteren met een klontje koude boter.
De eend dient tijdig uit de koeling gehaald te worden om op temperatuur te komen. Op de huid aanbraden in een droge koekenpan en als een deel van het vet is uitgebakken de filet omdraaien en op de vleeskant bruin bakken.
Mooi rosé braden in ongeveer 5 minuten (afhankelijk van de dikte van de filets).
Laat de filets 5 tot 10 minuten rusten.
Trancheer ze vervolgens in de lengterichting en leg ze in waaiervorm op een bord. Serveer met de saus. Lekker met geroosterde groenten.
Opmerkingen
Voor de droge marinade kun je verschillende specerijen gebruiken. Ik heb gelijke delen kaneel, kruidnagel, foelie en sechuanpeper gebruikt.
Er is op internet een nulnummer verschenen van een nieuw magazine met aandacht voor biologische producten uit Nederland. Mij is gevraagd om mee te werken aan deze pilot. Laten we hopen dat het wat wordt. Maar ik bedacht me wel dat het zonde is om het geleverde recept niet ook zelf te gebruiken voor dit blog. Dus vandaar.
KNOLSELDERIJTAARTJE MET OLDE REMEKER, PUREE VAN SPLITERWTEN EN POSTELEINSALADE MET GEROOSTERDE HAZELNOTEN
Print
Recipe type: Hoofd
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 20 mins
Cook time: 40 mins
Total time: 1 hour
Serves: 4 personen
Ingrediënten
Knolselderijtaartje
250 g bloemige aardappel
250 g knolselderij
100 g crème fraîche
20 g selderijblad, fijngesneden
100 g olde remeker, geraspt
4 eieren
peper en zout
Spliterwtenpuree
1 sjalot gesnipperd
el gerookt paprikapoeder
150 g groene spliterwten
lt. groentebouillon
1/3 winterwortel
1 dunne prei
1 bos bladselderij
laurier
boter
peper en zout
Bereiding
Knolselderijtaartje
Schil de aardappelen en maak de knolselderij schoon. Dit laatste gaat het snelst als je eerst de ruwe onderkant wegsnijdt en daarna van boven naar beneden, met de ronding mee, de ruwe buitenzijde verwijdert met een scherp mes.
Even wassen en samen met de aardappel in even grote stukken snijden.
Aardappel en knolselderij in ongeveer 20 minuten gaarkoken in water met zout en daarna afgieten.
Verwarm de oven voor op 170 °C.
Maak een luchtige puree en voeg de crème fraîche toe.
De puree is nu genoeg afgekoeld om de eieren en de kaas toe te voegen. Doe dit en roer het geheel goed door. Voeg nu ook peper en zout toe. Bedenk hierbij dat de oude kaas ook al zout is. Als het goed is heb je nu een vrij vloeibaar beslag. Schrik niet, dit is de bedoeling.
Schep dit beslag in grote muffinvormpjes van siliconen. Als je siliconenmatjes gebruikt is invetten niet nodig.
Bak de taartjes, afhankelijk van de grootte van de vorm, in dertig tot veertig minuten af.
Spliterwtenpuree
Zet de sjalot aan in wat boter en voeg het gerookte paprikapoeder toe als de sjalot glazig is.
De spliterwten schoonspoelen en uit laten lekken. Bij de sjalot voegen.
Afblussen met de groentebouillon en aan de kook brengen.
Mirepoix van de groenten, laurier en de bladselderij toevoegen.
Op laag vuur het geheel gaarkoken en daarna met een staafmixer fijnmaken nadat je de laurier verwijderd hebt.
Op smaak brengen met peper en zout en vervolgens nog eens door een fijne zeef halen.
Ik heb deze site Wat de boer niet kent ... genoemd, omdat ik me bedacht dat als je iets niet kent, je het spreekwoordelijk niet zult eten. En dat is jammer. Want er is zoveel lekkers! Dus heb ik mij bescheiden ten doel gesteld om, onder andere, iets te doen aan de onbekendheid van sommige producten. Ik zeg bescheiden, want als ik met de huidige frequentie blog, dan mogen we blij zijn als ik bij leven de vergeten groenten kan behandelen.
Ik heb in mijn vorige bijdrage al gezegd waar mijn voorkeur qua producten naar toe gaat en daar sta ik natuurlijk niet alleen in. Gisteren werd ik gebeld door iemand van de site Zaterdag met de vraag of ze onze adresgegevens op mochten nemen op hun site. Tja, een extra link levert natuurlijk ook weer extra bekendheid op, dus natuurlijk vond ik dat goed. Vandaag toch maar even gekeken wat voor site het eigenlijk is. Nou, daar komt ie dan:
ZTRDG.nl is een site met recepten. Recepten om je te laten koken met datgene wat het seizoen te bieden heeft. Met lokaal geproduceerde en (liefst) biologische ingrediënten.
Want dat is waar ZTRDG voor staat: eerlijk, puur eten.
ZTRDG heeft je – naast die recepten – nog veel meer te bieden. ZTRDG wijst je namelijk ook de weg. Naar tuinders, boeren, imkers, boerderijwinkels, pluktuinen, vissers, bakkers, slagers en kaasmakers. Mensen die – net als wij – met hart en ziel bezig zijn met goed, vers en mooi eten.
ZTRDG.nl weet waar je bij jou in de buurt de lekkerste dingen haalt. En door wie ze gemaakt worden.
Ik begrijp nu nog niet zo goed waar de naam ZTRDG vandaan komt, maar de payoff ‘wat de boer wél kent’ is in dit verband natuurlijk wel grappig. De boer kent restaurant Deeg dus nu wél. Zegt het voort!
Vanaf januari 2010 is het voor restaurants mogelijk om een biologisch keurmerk aan te vragen. De controlerende instantie is SKAL. Controles vinden plaats op basis van factuurgegevens. Dit betekent dat per factuur gekeken wordt naar welke producten biologisch zijn en vervolgens wordt dit percentage uitgesplitst naar acht productgroepen. Dit resulteert in drie verschillende keurmerken. Brons (40% biologisch), zilver (60%) en goud (80%). Bovendien wordt een biologisch product alleen als zodanig meegeteld, als de leverancier op zijn beurt ook weer gecertificeerd is. Dus biologische aardappelen gekocht bij een niet gecertificeerde leverancier, tellen niet mee.
Hoewel er bij mij begrip bestaat voor deze redenering, hoe zou je anders moeten controleren, kan ik er moeilijk in meegaan. Deze certificering stelt mij voor een duivels dilemma. Niet certificeren zou het gevoel bij veel gasten kunnen oproepen dat ik maar wat geroepen heb de afgelopen jaren en toekomstige gasten zouden onterecht kunnen denken dat ik niet biologisch werk. Aan een certificaat kleven ook aanzienlijke nadelen. In eerste instantie is er natuurlijk de extra administratieve druk, maar het zou mij als chef ook teveel beperken. Ik moet immers bij gecertificeerde leveranciers inkopen. Om die reden zou ik afscheid moeten nemen van bijvoorbeeld boerderij de Lindenhoff die zich niet wil laten certificeren. Desondanks is ongeveer 70% van hun geleverde groente biologisch en voor een aanzienlijk deel ook lokaal geproduceerd. Dat laatste is ook belangrijk voor mijn productkeuze. Bovenstaande betekent ook, dat als ik mij zou laten certificeren, dat voor een percentage – brons of zilver – zou zijn dat niet de werkelijkheid weergeeft. Ik zou, zo gezegd, beter zijn dan mijn ‘medaille’ zou doen vermoeden.
Blijft het probleem van de controle. Als er niet gecontroleerd wordt, dan kan iedereen maar wat doen natuurlijk. En zeggen. En dat gebeurt natuurlijk ook. Maar anderzijds biedt een certificaat ook niet altijd een garantie. Hij die regels stelt zal onherroepelijk met fraude geconfronteerd worden. Naarmate de belangen groter worden, zal de fraude toenemen. Vooralsnog zal ik mij niet laten certificeren. Uiteindelijk komt het dus allemaal neer op vertrouwen. En daar voel ik mij eigenlijk ook het beste bij. U bent mijn controleur. U bent altijd welkom om langs te komen. Over de producten die ik gebruik, zal ik transparant zijn. En wilt u niet langskomen, wat ik zeer zou betreuren, dan kunt u mij bellen of mailen.
Behalve ondernemer, ben ik in eerste instantie kok. En als kok ben ik altijd op zoek naar de beste producten. Vaak zijn die biologisch, maar niet altijd. Verder heb ik een voorkeur voor producten uit het seizoen en uit de regio. Als regio kies ik het gebied in een straal van 160 kilometer rond de stad Utrecht. Dat is heel Nederland! En Nederland is natuurlijk weer opgedeeld in allerlei interessante (sub)regio’s. Maak ik toch gebruik van exoten, dan let ik ook op het principe people, planet, profit. Al dan niet met (erkend) keurmerk. Soms vallen deze verschillende waarden samen, maar niet altijd. Tenslotte zal ik altijd voor kwaliteit gaan. Ik zal nooit een product alleen maar gebruiken omdat het fairtrade of biologisch is. In de praktijk zijn de volgende producten in Deeg helemaal biologisch: droogwaren (rijst, bloem, suiker, chocolade etc.), brood, koffie, thee en wijnen. Bij gedistilleerd kunt u een biologische variant kiezen. De versproducten zijn voor een groot deel biologisch en het meeste vlees ook. Bij vis houd ik rekening met de goede viswijzer. Mijn schoonmaakproducten zijn ecologisch verantwoord, het energieverbruik is klimaatneutraal. Mijn keuken biedt plaats aan (toekomstige) koks, met grote afstand tot de arbeidsmarkt, om te reïntegreren. En bovenal zijn we nog altijd in ontwikkeling. Wees mijn controleur, wees welkom!
Een paar weken geleden is RTV Utrecht bij mij op bezoek geweest in Deeg. Het filmpje is gemaakt door Maike Veltman en dat heeft ze heel verdienstelijk gedaan. Ze heeft bijvoorbeeld heel wijselijk de scene weggeknipt waarin ik nonchalant op de rand van de werkbank wil leunen en vervolgens bijna omval.
Vooraf aan de opnames had ze me gevraagd wat normale keukenhandelingen te verrichten. Er moet tenslotte wat te filmen zijn, nietwaar. Ik besloot dat ik dan maar madeleines moest bakken. Een makkelijk en vooral snel recept. Ik geef hier de kale versie. Je kunt ook vanillesuiker gebruiken, of citroenzestes laten meetrekken met je boter. Of steranijs, of sinaasappelzeste, of allebei. Doe eens gek.
Madeleine cake
Print
Recipe type: Friandise
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 10 mins
Cook time: 10 mins
Total time: 20 mins
Serves: 45 stuks
Een madeleine is eigenlijk een soort spongecake, maar dan in speciale schelpvormpjes afgebakken. De schelpvorm zorgt behalve voor een visueel aantrekkelijk resultaat, ook voor een knapperig randje aan een verder heerlijk luchtig cakeje.
Ingrediënten
175 g suiker
4 eieren
180 g gesmolten boter
175 g bloem
4 tl bakpoeder
snufje zout
Bereiding
Oven voorverwarmen op 180 °C en schelpvormpjes invetten.
Sla je eieren heel luchtig met de suiker. Dit gaat het makkelijkst met een staande mixer en de ballongarde.
Voeg in een dun straaltje de, niet hete, gesmolten boter toe.
Meng de bloem, bakpoeder en zout en strooi door een zeef op je beslag. Schep het er voorzichtig door.
Vormpjes vullen voor 2/3 en 10 minuten afbakken in de oven.
Vandaag maar eens een receptje uit de basis. Voor pocheervocht, soep of sauzen heb je bouillon nodig en die kun je het beste zelf maken. Visbouillon maak je met graten van niet vette platvis. Vette vis maakt je bouillon tranig van smaak. Dat laatste gebeurt ook als je de kieuwen niet verwijdert. Verder moet je de vis goed schoonwassen met koud water en -zeker als je zo’n grote jongen hebt als op de foto- in stukken knippen/snijden. Op deze manier geven je graten meer smaak af.
Dat laatste geldt ook voor je mirepoix. Dat is een groentencombinatie die is fijngesneden, niet op een speciale wijze, om zo veel mogelijk smaak af te geven. De basis is wortel, ui, prei en selderij. In de zomer bleekselderij en in de winter knolselderij. Voor visbouillon kun je ook nog venkelknol toevoegen. Wij vullen de wortel vaak aan met pastinaak, dat geeft een wat diepere smaak aan de basis.
Verder moet je er goed op letten dat je de bouillon niet langer dan 20 minuten laat trekken, anders wordt hij tranig. Als je straks je resultaat gezeeft hebt, kun je de bouillon verder inkoken om de smaak te concentreren. Je noemt het dan officieel een visfumet en je kunt dit prima in passende hoeveelheden invriezen voor later gebruik.
Visbouillon
Print
Recipe type: Basis
Prep time: 30 mins
Cook time: 30 mins
Total time: 1 hour
Ingrediënten
5 kg visgraten
2,2 kg mirepoix
1 l witte wijn
1 bos peterselie
1 bos selderijblad
1 bos tijm
1 hand gekneust venkelzaad
1 hand gekneusde witte peperkorrels
2 kruidnagels
6 anijssterren
5 laurierblaadjes
1 stengel citroengras
zestes van 2 citroenen
boter of neutrale olie
Bereiding
Zet je mirepoix aan in de boter of olie en voeg na enige tijd de graten toe.
Graten een paar minuten laten meestoven en daarna blussen met de witte wijn.
Vervolgens de kruiden en specerijen toevoegen en het geheel onder koud water zetten.
Verwarmen tot een voorzichtige pruttel en daarna nog 20 a 30 minuten laten doortrekken. Regelmatig afschuimen voor een helder resultaat.
Je kunt nu de aromaten (vaste bestanddelen) verwijderen en de overgebleven vloeistof zeven. Je kunt dit in twee fases doen. Eerst door een puntzeef of een bolzeef. Vervolgens nog eens opkoken en afschuimen en daarna zeven door een passeerdoek.
Opmerkingen
Afhankelijk van waar je de bouillon voor gaat gebruiken, kun je nog verder inkoken. Er gaat ongetwijfeld aroma verloren, maar ook veel vocht waardoor je toch een geconcentreerde smaak krijgt. Je kunt inkoken tot een fumet of nog verder tot een essence.
Andere dingen die je goed kunt toevoegen zijn: limoenblad, tomatenvocht en -zaad, stelen van champignons, kervelblad en dille(zaad).
Het is me wat, met de kweepeer. Enerzijds zijn er veel mensen die er nog nooit van gehoord hebben. Onlangs hadden we bijvoorbeeld een diner vineuse in Deeg en op verzoek van mijn broer, die de wijn verzorgde, had ik kweeperenchutney gemaakt bij het hoofdgerecht. Het bleek dat niemand eigenlijk wist wat een kweepeer was. Mijn broer heeft toen ter demonstratie wat kweeperen op tafel gelegd, wat er overigens heel decoratief uitzag. Anderzijds lijken de mensen die de kweepeer wel kennen, naarstig op zoek te zijn naar recepten.
Het bovenstaande boekje van Ria Loohuizen is heel informatief en staat vol met recepturen. Ontzettend leuk om te lezen ook. Internet staat natuurlijk ook helemaal vol met recepturen. Op de site van de pomologische vereniging Noord Holland staat een pdf met een indrukwekkende hoeveelheid. Een heel oud recept voor kweekoekjes vind je op kookhistorie.nl.
Vooral dat laatste: ge kunt ze in schoon papier bewaren, zoo lange het u belieft. Dat kan natuurlijk alleen maar als je veel suiker gebruikt. En als je een kwee in de tuin hebt en in oktober niet meer weet wat je met je oogst aanmoet, dan kun je die natuurlijk naar Deeg brengen, maar meer voor de hand ligt dat je dan lang houdbare producten wilt maken. Als kwappeltje voor de dorst. Zoals gezegd is er dan genoeg te vinden op internet.
In Deeg verwerken wij de kweepeer op dit moment in een iets lichtere variant. Meer modern zou je kunnen zeggen. We gebruiken minder suiker en het resultaat is dan ook minder lang houdbaar. Maar dat maakt voor ons niet uit, het is immers zo op! Onze basismethode om de kwee te verwerken is eigenlijk hetzelfde als de manier waarop we asperges koken, namelijk in hun eigen vocht. We maken dus eerst kweeperenvocht door de schillen en klokhuizen op te zetten met een scheut appelciderazijn, water en eventuele smaakgevers als kaneel, gember, kruidnagel of zelfs rode peper. Dit laatste natuurlijk afhankelijk van je eindproduct. Dit geheel kook je goed op en uiteindelijk zeef je de vloeistof. De zo onstane vloeistof kun je als zodanig gebruiken om gelei van te maken, maar wij koken hier het vruchtvlees weer in, zodat er niets van de smaak verloren gaat. Bovendien maak je dan optimaal gebruik van de pectine die van nature heel veel in de pitten van de kwee zit. Het resultaat gebruiken we voor bavarois, ijs, parfait of jam. Succes!
Monument ter nagedachtenis aan de moord op Theo van Gogh, vandaag precies vijf jaar geleden. Een monument ook voor de vrijheid van meningsuiting. Use it or lose it.