Bijdragen in de ‘Recepten’ Categorie

Geluksmachine

 

Ik keek vanochtend naar het programma ‘Boeken met Brands’, waarin Wim Brands een gesprek had met de filosoof Peter-Paul Verbeek. Volgens Verbeek kun je de mens niet meer los zien van de techniek. Zoals een vogel vleugels heeft om te kunnen vliegen, heeft de mens techniek om hem voort te helpen. Dit is niet helemaal de plek om hier verder op in te gaan, maar je kunt hier meer lezen: Techniek en de grens van de mens. In het interview noemt Verbeek als een van de technische ontwikkelingen die binnen nu en ongeveer tien jaar werkelijkheid zouden kunnen worden een soort haardroogkap die invloed heeft op je hersenen. Deze kap zou bijvoorbeeld juist die hersengebieden kunnen stimuleren, die zorgen voor een geluksgevoel.

Deze machine ziet er volgens mij zo uit. Als je instapt vormt de dragende stof zich perfect om je lichaam en zorgt voor directe ontspanning. Boven je ontwaar je een strak blauwe lucht met misschien een enkel wolkje. De temperatuur is aangenaam en er is een briesje wind om voor tijdige verkoeling te zorgen. Je valt niet in slaap, maar doezelt juist een beetje.

Als je arm buiten de dragende stof valt, voel je onder je gras. Contact met de natuur is heel belangrijk. Het blijkt dat er nu heel eenvoudig een schommelende beweging op gang komt. Heel rustig, maar toch zo dat je telkens iets steviger in de stof wordt geduwd. Deze beweging zorgt er ook voor dat de zon niet permanent in je gezicht schijnt.

Ben je eenmaal aan deze situatie gewend, dan word je je meer bewust van je omgeving. Op de hoek van de dakgoot van het huis voor je, landt een merel met een vreemde capriool en begint te zingen. Uit het huis hoor je nu stemmen. De stemmen van degenen waar je het meest van houdt. Je hoort niet precies wat ze zeggen, maar het geheel klinkt geruststellend en vertrouwd.

Het is de verjaardag van je middelste dochter en samen met een vriendin die haar begeleidt op de piano zingt ze een indrukwekkende Der Hölle Rache uit Mozart’s Die Zauberflöte. Aan het einde van deze aria barsten de achterburen spontaan uit in applaus. Mijn dochter lacht.

In de keuken wordt door je grote liefde een uitgebreide High Tea bereid op speciaal verzoek van de jarige en inmiddels dringt zich ook onmiskenbaar de geur van vers gebakken scones aan je op. Een zekere spanning omtrent wat er precies geserveerd gaat worden, maakt zich van je meester. Natuurlijk heeft een en ander minder zeggingskracht zonder een tegenhanger. Daar is ook voor gezorgd in deze machine. Ineens bedenk je dat er regen is voorspeld. Er komt altijd weer regen. Maar nu nog niet. Nu is perfect.

O ja. Deze geluksmachine bestaat en hangt in mijn achtertuin. Het is een prachtig stukje techniek genaamd … hangmat.

Scones
Print
Recipe type: High Tea
Author: Cees Holtkamp
Prep time: 45 mins
Cook time: 7 mins
Total time: 52 mins
Serves: 20 stuks
Deze scones worden traditioneel geserveerd met clotted cream en jam. Probeer deze clotted cream te krijgen. Hij vormt een perfecte combinatie met de jam en de scones.
Ingrediënten
  • 500 g bloem
  • 25 g bakpoeder
  • 5 g zout
  • 100 g witte basterdsuiker
  • 250 g roomboter
  • 200 g melk
  • 1 ei
  • 250 g rozijnen
  • 1 ei, losgeklopt
Bereiding
  1. Verwarm de oven voor op 220 °C.
  2. Meng bloem, bakpoeder, zout en basterdsuiker. Snijd de boter in blokjes en kneed ze erdoor.
  3. Meng vervolgens de melk en het ei erdoor, en als laatste de rozijnen.
  4. Laat het geheel een half uur rusten in de koelkast.
  5. Bestuif het werkvlak met bloem en rol het deeg uit tot 3 cm dikte.
  6. Steek er rondjes uit van 6 centimeter Ø .
  7. Leg ze op een goed ingevette bakplaat en bestrijk ze met het losgeklopte ei.
  8. Laat ze een ½ uur rusten en bestrijk ze dan nogmaals met het losgeklopte ei.
  9. Bak de scones 7 minuten in de voorverwarmde oven.

De scones waren alles wat de geur beloofde en gemaakt volgens het recept van Cees Holtkamp uit De Banketbakker. Een boek dat ik hier graag aanbeveel!

Gepubliceerd: 9 mei 2011
Categorieën: Kookboeken, Recepten
Tags:
Commentaren: Nog geen commentaar.

Biobudget

 

biobudget

Al weer een tijdje geleden ben ik benaderd door Natasja Oehlen om een recept te schrijven voor haar site biobudget.nl. Op dit moment moet haar site nog gelanceerd worden. Om er nou niet de reden van te zijn dat de lancering nog langer op zich laat wachten, ben ik maar eens aan de slag gegaan. De opdracht luidt: schrijf een recept voor vier personen, dat qua inkoop onder de 12 euro blijft. O ja, wel met biologische ingrediënten. De gelegenheid heeft me er tevens toe gebracht om de recepten op deze site maar eens ‘google recipe search friendly’ te maken. Enfin, technisch verhaal. Verder niet interessant.

Ik maak privé al jaren een pizza met witlof en gorgonzola. Grote favoriet van de familie en zoals dat gaat is het recept vaak afhankelijk van wat er precies in huis is. Speciaal voor de gelegenheid heb ik een en ander maar eens vastgelegd.

Pizza met witlof en gorgonzola dolce
5.0 from 1 reviews
Print
Recipe type: Hoofdgerecht
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 1 hour
Cook time: 10 mins
Total time: 1 hour 10 mins
Serves: 4
Deze pizza laat zich met een eenvoudige groene salade goed als hoofdgerecht serveren.
Ingrediënten
  • 300 g bloem
  • 9 g droge gist
  • 195 g water
  • 6 g zout
  • 3 tomaten
  • 100 g gedroogde tomaten
  • 75 g rucola
  • 25 g pijnboompitten
  • 50 ml extra vierge olijfolie
  • 500 g witlof
  • 100 g gorgonzola dolce
  • 100 g mozzarella
  • 90 g taggische olijven
Bereiding
  1. Zet een deeg van de eerste vier ingrediënten en laat minimaal een uur rijzen op een warme tochtvrije plek.
  2. Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan of in de oven op 180 °C. Snijd de verse tomaten in vieren en verwijder de zaden en vocht. Draai samen met de rucola, gedroogde tomaten, pijnboompitten, olijfolie en peper en zout tot een pasta.
  3. Verwarm de oven voor op 220 °C.
  4. Snijd de witlof in kleine reepjes en blancheer ze kort. Dit haalt deels de bittere smaak weg. Laat de witlof afkoelen en druk er zo veel mogelijk vocht uit.
  5. Snijd de kazen in kleine stukjes en de olijven in de lengte in tweeën.
  6. Sla het deeg terug en rol uit tot de grootte van de plaat die je in de oven gaat doen. Smeer eerst de pasta uit en beleg je deeg vervolgens met de witlof, kazen en de olijvenstukjes.
  7. Afbakken in de oven.

 

Gepubliceerd: 31 maart 2011
Categorieën: Hoofdgerecht, Recepten
Tags:
Commentaren: 1 Commentaar.

Hospices Catalans

 

Hospices Catalans 2008Op 6 en 13 juni is er een biologische wijncursus in restaurant Deeg. Deze cursus wordt gegeven door Eveline Scheren en ik kan iedereen die geïnteresseerd is in biologische wijn aanraden deze cursus te volgen. Meer informatie kun je vinden op de site Vine to Wine. Nu biedt Eveline ook een biologisch wijnabonnement aan, waarbij ze het leuk vindt om een passend eetadvies te geven. En, je raadt het al, ze heeft mij gevraagd een receptje te bedenken bij één van de wijnen.

Eergisteren, na de service, keuken schoon en omgekleed, heb ik mij aan de zware taak gezet om deze wijn te proeven. Altijd lastig. Eigenlijk meer zin in een koud biertje enzovoort. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik al een ideetje voor een recept in mijn hoofd had (lees: had klaarliggen). Toch maar even de wijn geproefd. Wat een verrassing! In de neus heel veel blauw fruit, in de mond heel soepel met milde tannines en ondanks deze soepelheid toch stevig. Een beetje peperig met kruiden. Een hint van kruidnagel en zoethout. Als de beide andere wijnen uit het abonnement kwalitatief net zo zijn, dan zul je er erg gelukkig van worden.

Deze wijn, de Hospices Catalans Grande Réserve 2008, komt van het Franse huis Cazes. Zij maken een brede waaier aan wijnen en een drietal daarvan staat ook op de kaart bij Deeg. Maar deze kende ik nog niet. Eind jaren ’90 is Cazes geheel overgeschakeld naar biologisch/bio-dynamische wijnbouw en vinificatie. Hun 200 hectare grote landgoed ligt in Rivesaltes, het hart van Roussillon.

Van het “Hospices Catalans” label wordt 3 cent per fles gedoneerd aan de hospital association. De donaties worden voornamelijk gebruikt om bijvoorbeeld ouders die bij hun zieke kind willen blijven onder te kunnen brengen. Nog een reden om van deze wijn te houden.

Blijft nog mijn ‘sublieme’ wijn-spijscombinatie. Ik had, zonder de wijn te proeven, bedacht dat een recept met longhaas wel leuk zou zijn. Maar dat idee heb ik direct laten varen. Na de wijn geproefd te hebben moest ik direct aan eend met kersen denken. Mijn collega, de onvolprezen Zweedse kok, had kalfsvlees associaties. Inderdaad. Misschien wel een stoofpot met ouder kalf, pinkenvlees. Later op de avond kreeg ik ineens vreselijk veel zin in pissaladière. De Franse versie van pizza, met veel uien, ansjovis en olijven. Dat moest toch ook wel wat te betekenen hebben? En als ik er nu over nadenk, zal dat vermoedelijk een heel troostrijk maal opleveren in combinatie met deze wijn. In ieder geval ben ik die nacht denkend aan (en dromend over) pissaladière naar huis gefietst.

Toen ik de volgende morgen op internet zocht naar streekgerechten uit de Roussillon, stuitte ik onmiddellijk op… eend met kersensaus! Nou, dat is ook wat. Hier komt mijn versie.

In deze versie wordt de eendenborst droog gemarineerd in een kruidenmengsel. Dat mengsel kun je eenvoudig zelf maken.  Gebruik gelijke delen kaneel, kruidnagel, foelie en sechuanpeper en rooster een en ander in een droge koekenpan. Dit roosteren maakt veel extra smaken los. Maal het geheel tot een poeder in de kleine bak van de magimix, het hulpstuk van je staafmixer, koffiemolen of op een andere manier. Bedenk maar iets. In de vijzel kun je er veel agressie/liefde mee/in kwijt.

Droog gemarineerde eendenborst met kersensaus
Print
Recipe type: Hoofd
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 20 mins
Cook time: 20 mins
Total time: 40 mins
Serves: 4 personen
Ingrediënten
  • 4 eendenborstfilets (canettes)
  • 4 el droge marinade
  • 400 ml gevogeltefond
  • 2 takjes tijm
  • 1 laurierblad
  • 1/2 steranijs
  • 200 ml port
  • 200 gram verse kersen (ontpit)
Bereiding
  1. Snijd de huidzijde van de filets in met een scherp mes in een ruitpatroon. Tot op het vlees, niet erin. Wrijf de filets in met zeezout en de droge marinade. Laat dit tot 24 uur intrekken.
  2. Kook de port met de smaakgevers in tot de helft en voeg vervolgens de gevogeltefond toe. Kook dit nog eens verder in tot de gewenste concentratie.
  3. Breng het geheel op smaak met peper en zout en haal door een fijne zeef.
  4. Warm nu de kersen op in de saus en laat het geheel enige tijd goed doortrekken.
  5. Nog eens proeven. Misschien heeft de saus een heel klein beetje suiker nodig om de smaak van de kersen omhoog te halen.
  6. Vlak voor serveren de saus monteren met een klontje koude boter.
  7. De eend dient tijdig uit de koeling gehaald te worden om op temperatuur te komen. Op de huid aanbraden in een droge koekenpan en als een deel van het vet is uitgebakken de filet omdraaien en op de vleeskant bruin bakken.
  8. Mooi rosé braden in ongeveer 5 minuten (afhankelijk van de dikte van de filets).
  9. Laat de filets 5 tot 10 minuten rusten.
  10. Trancheer ze vervolgens in de lengterichting en leg ze in waaiervorm op een bord. Serveer met de saus. Lekker met geroosterde groenten.
Opmerkingen

Voor de droge marinade kun je verschillende specerijen gebruiken. Ik heb gelijke delen kaneel, kruidnagel, foelie en sechuanpeper gebruikt.

 

Gepubliceerd: 17 mei 2010
Categorieën: Hoofdgerecht, Nieuws
Tags: , , ,
Commentaren: Nog geen commentaar.

Puur uit Nederland

 

knolseldertaartje

Er is op internet een nulnummer verschenen van een nieuw magazine met aandacht voor biologische producten uit Nederland. Mij is gevraagd om mee te werken aan deze pilot. Laten we hopen dat het wat wordt. Maar ik bedacht me wel dat het zonde is om het geleverde recept niet ook zelf te gebruiken voor dit blog. Dus vandaar.

KNOLSELDERIJTAARTJE MET OLDE REMEKER, PUREE VAN SPLITERWTEN EN POSTELEINSALADE MET GEROOSTERDE HAZELNOTEN
Print
Recipe type: Hoofd
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 20 mins
Cook time: 40 mins
Total time: 1 hour
Serves: 4 personen
Ingrediënten
  • Knolselderijtaartje
  • 250 g bloemige aardappel
  • 250 g knolselderij
  • 100 g crème fraîche
  • 20 g selderijblad, fijngesneden
  • 100 g olde remeker, geraspt
  • 4 eieren
  • peper en zout
  • Spliterwtenpuree
  • 1 sjalot gesnipperd
  • el gerookt paprikapoeder
  • 150 g groene spliterwten
  • lt. groentebouillon
  • 1/3 winterwortel
  • 1 dunne prei
  • 1 bos bladselderij
  • laurier
  • boter
  • peper en zout
Bereiding
Knolselderijtaartje
  1. Schil de aardappelen en maak de knolselderij schoon. Dit laatste gaat het snelst als je eerst de ruwe onderkant wegsnijdt en daarna van boven naar beneden, met de ronding mee, de ruwe buitenzijde verwijdert met een scherp mes.
  2. Even wassen en samen met de aardappel in even grote stukken snijden.
  3. Aardappel en knolselderij in ongeveer 20 minuten gaarkoken in water met zout en daarna afgieten.
  4. Verwarm de oven voor op 170 °C.
  5. Maak een luchtige puree en voeg de crème fraîche toe.
  6. De puree is nu genoeg afgekoeld om de eieren en de kaas toe te voegen. Doe dit en roer het geheel goed door. Voeg nu ook peper en zout toe. Bedenk hierbij dat de oude kaas ook al zout is. Als het goed is heb je nu een vrij vloeibaar beslag. Schrik niet, dit is de bedoeling.
  7. Schep dit beslag in grote muffinvormpjes van siliconen. Als je siliconenmatjes gebruikt is invetten niet nodig.
  8. Bak de taartjes, afhankelijk van de grootte van de vorm, in dertig tot veertig minuten af.
Spliterwtenpuree
  1. Zet de sjalot aan in wat boter en voeg het gerookte paprikapoeder toe als de sjalot glazig is.
  2. De spliterwten schoonspoelen en uit laten lekken. Bij de sjalot voegen.
  3. Afblussen met de groentebouillon en aan de kook brengen.
  4. Mirepoix van de groenten, laurier en de bladselderij toevoegen.
  5. Op laag vuur het geheel gaarkoken en daarna met een staafmixer fijnmaken nadat je de laurier verwijderd hebt.
  6. Op smaak brengen met peper en zout en vervolgens nog eens door een fijne zeef halen.

 

Gepubliceerd: 31 maart 2010
Categorieën: Hoofdgerecht, Recepten
Tags: ,
Commentaren: Nog geen commentaar.

Madeleine

 

Een paar weken geleden is RTV Utrecht bij mij op bezoek geweest in Deeg. Het filmpje is gemaakt door Maike Veltman en dat heeft ze heel verdienstelijk gedaan. Ze heeft bijvoorbeeld heel wijselijk de scene weggeknipt waarin ik nonchalant op de rand van de werkbank wil leunen en vervolgens bijna omval.

Vooraf aan de opnames had ze me gevraagd wat normale keukenhandelingen te verrichten. Er moet tenslotte wat te filmen zijn, nietwaar. Ik besloot dat ik dan maar madeleines moest bakken. Een makkelijk en vooral snel recept. Ik geef hier de kale versie. Je kunt ook vanillesuiker gebruiken, of citroenzestes laten meetrekken met je boter. Of steranijs, of sinaasappelzeste, of allebei. Doe eens gek.

Madeleine cake
Print
Recipe type: Friandise
Author: Arnold Meulenbeld
Prep time: 10 mins
Cook time: 10 mins
Total time: 20 mins
Serves: 45 stuks
Een madeleine is eigenlijk een soort spongecake, maar dan in speciale schelpvormpjes afgebakken. De schelpvorm zorgt behalve voor een visueel aantrekkelijk resultaat, ook voor een knapperig randje aan een verder heerlijk luchtig cakeje.
Ingrediënten
  • 175 g suiker
  • 4 eieren
  • 180 g gesmolten boter
  • 175 g bloem
  • 4 tl bakpoeder
  • snufje zout
Bereiding
  1. Oven voorverwarmen op 180 °C en schelpvormpjes invetten.
  2. Sla je eieren heel luchtig met de suiker. Dit gaat het makkelijkst met een staande mixer en de ballongarde.
  3. Voeg in een dun straaltje de, niet hete, gesmolten boter toe.
  4. Meng de bloem, bakpoeder en zout en strooi door een zeef op je beslag. Schep het er voorzichtig door.
  5. Vormpjes vullen voor 2/3 en 10 minuten afbakken in de oven.

 

Gepubliceerd: 20 november 2009
Categorieën: Recepten, Zoet
Tags: ,
Commentaren: Nog geen commentaar.

Visbouillon

 

platvis

Vandaag maar eens een receptje uit de basis. Voor pocheervocht, soep of sauzen heb je bouillon nodig en die kun je het beste zelf maken. Visbouillon maak je met graten van niet vette platvis. Vette vis maakt je bouillon tranig van smaak. Dat laatste gebeurt ook als je de kieuwen niet verwijdert. Verder moet je de vis goed schoonwassen met koud water en -zeker als je zo’n grote jongen hebt als op de foto- in stukken knippen/snijden. Op deze manier geven je graten meer smaak af.

Dat laatste geldt ook voor je mirepoix. Dat is een groentencombinatie die is fijngesneden, niet op een speciale wijze, om zo veel mogelijk smaak af te geven. De basis is wortel, ui, prei en selderij. In de zomer bleekselderij en in de winter knolselderij. Voor visbouillon kun je ook nog venkelknol toevoegen. Wij vullen de wortel vaak aan met pastinaak, dat geeft een wat diepere smaak aan de basis.

Verder moet je er goed op letten dat je de bouillon niet langer dan 20 minuten laat trekken, anders wordt hij tranig. Als je straks je resultaat gezeeft hebt, kun je de bouillon verder inkoken om de smaak te concentreren. Je noemt het dan officieel een visfumet en je kunt dit prima in passende hoeveelheden invriezen voor later gebruik.

Visbouillon
Print
Recipe type: Basis
Prep time: 30 mins
Cook time: 30 mins
Total time: 1 hour
Ingrediënten
  • 5 kg visgraten
  • 2,2 kg mirepoix
  • 1 l witte wijn
  • 1 bos peterselie
  • 1 bos selderijblad
  • 1 bos tijm
  • 1 hand gekneust venkelzaad
  • 1 hand gekneusde witte peperkorrels
  • 2 kruidnagels
  • 6 anijssterren
  • 5 laurierblaadjes
  • 1 stengel citroengras
  • zestes van 2 citroenen
  • boter of neutrale olie
Bereiding
  1. Zet je mirepoix aan in de boter of olie en voeg na enige tijd de graten toe.
  2. Graten een paar minuten laten meestoven en daarna blussen met de witte wijn.
  3. Vervolgens de kruiden en specerijen toevoegen en het geheel onder koud water zetten.
  4. Verwarmen tot een voorzichtige pruttel en daarna nog 20 a 30 minuten laten doortrekken. Regelmatig afschuimen voor een helder resultaat.
  5. Je kunt nu de aromaten (vaste bestanddelen) verwijderen en de overgebleven vloeistof zeven. Je kunt dit in twee fases doen. Eerst door een puntzeef of een bolzeef. Vervolgens nog eens opkoken en afschuimen en daarna zeven door een passeerdoek.
Opmerkingen

Afhankelijk van waar je de bouillon voor gaat gebruiken, kun je nog verder inkoken. Er gaat ongetwijfeld aroma verloren, maar ook veel vocht waardoor je toch een geconcentreerde smaak krijgt. Je kunt inkoken tot een fumet of nog verder tot een essence.
Andere dingen die je goed kunt toevoegen zijn: limoenblad, tomatenvocht en -zaad, stelen van champignons, kervelblad en dille(zaad).

 

Gepubliceerd: 11 november 2009
Categorieën: Basis, Recepten
Tags: , ,
Commentaren: Nog geen commentaar.

De kweepeer

het rijk van kwee en vijg

Het is me wat, met de kweepeer. Enerzijds zijn er veel mensen die er nog nooit van gehoord hebben. Onlangs hadden we bijvoorbeeld een diner vineuse in Deeg en op verzoek van mijn broer, die de wijn verzorgde, had ik kweeperenchutney gemaakt bij het hoofdgerecht. Het bleek dat niemand eigenlijk wist wat een kweepeer was. Mijn broer heeft toen ter demonstratie wat kweeperen op tafel gelegd, wat er overigens heel decoratief uitzag. Anderzijds lijken de mensen die de kweepeer wel kennen, naarstig op zoek te zijn naar recepten.

Het bovenstaande boekje van Ria Loohuizen is heel informatief en staat vol met recepturen. Ontzettend leuk om te lezen ook. Internet staat natuurlijk ook helemaal vol met recepturen. Op de site van de pomologische vereniging Noord Holland staat een pdf met een indrukwekkende hoeveelheid. Een heel oud recept voor kweekoekjes vind je op kookhistorie.nl.

 kweekoekjes

Vooral dat laatste: ge kunt ze in schoon papier bewaren, zoo lange het u belieft. Dat kan natuurlijk alleen maar als je veel suiker gebruikt. En als je een kwee in de tuin hebt en in oktober niet meer weet wat je met je oogst aanmoet, dan kun je die natuurlijk naar Deeg brengen, maar meer voor de hand ligt dat je dan lang houdbare producten wilt maken. Als kwappeltje voor de dorst. Zoals gezegd is er dan genoeg te vinden op internet.

In Deeg verwerken wij de kweepeer op dit moment in een iets lichtere variant. Meer modern zou je kunnen zeggen. We gebruiken minder suiker en het resultaat is dan ook minder lang houdbaar. Maar dat maakt voor ons niet uit, het is immers zo op! Onze basismethode om de kwee te verwerken is eigenlijk hetzelfde als de manier waarop we asperges koken, namelijk in hun eigen vocht. We maken dus eerst kweeperenvocht door de schillen en klokhuizen op te zetten met een scheut appelciderazijn, water en eventuele smaakgevers als kaneel, gember, kruidnagel of zelfs rode peper. Dit laatste natuurlijk afhankelijk van je eindproduct. Dit geheel kook je goed op en uiteindelijk zeef je de vloeistof. De zo onstane vloeistof kun je als zodanig gebruiken om gelei van te maken, maar wij koken hier het vruchtvlees weer in, zodat er niets van de smaak verloren gaat. Bovendien maak je dan optimaal gebruik van de pectine die van nature heel veel in de pitten van de kwee zit. Het resultaat gebruiken we voor bavarois, ijs, parfait of jam. Succes!

Klik hier voor mijn andere blog over kweeperen.

Gepubliceerd: 3 november 2009
Categorieën: Kookboeken, Recensies, Recepten, Zoet
Tags:
Commentaren: Nog geen commentaar.

Onbereikbare pilaf

Maagdenburger bol

 

Vorig weekend kwamen mijn zwagers op bezoek bij mij thuis. Het bezoek liep iets uit, waardoor ze onverwacht bleven eten. Geen probleem natuurlijk en ik besloot om pilaf te maken. Pilaf is een rijstgerecht en verwant aan risotto. Maar met een tweetal grote verschillen. Je gebruikt andere rijst en, nog belangrijker, je roert niet. Dit laatste is voor veel (aankomende) koks een groot probleem. Kijken, roeren, kijken, roeren. Maar niet in dit geval dus.

Het werkt eigenlijk heel simpel. Je snippert een uitje en een knoflookteentje en zet deze aan in wat olie. Even glazig laten worden en dan een langkorrelige rijst toevoegen. Even meebakken en blussen met kippenbouillon. De hoeveelheid bouillon is 1½ keer de hoeveelheid rijst die je hebt genomen. En nu mag je nog één keer roeren en dan gaat het deksel op de pan. Vervolgens 10 minuten op een laag vuur laten pruttelen en dan nog eens een half uur laten nawellen van het vuur af, wederom met het deksel op de pan.

Dit is de basis. Je kunt nog van alles toevoegen. Groente, vlees, zaden, noten. Bedenk het maar. Je kunt natuurlijk ook groentebouillon of visbouillon gebruiken. Het is een bijgerecht, dus laat een en ander afhangen van waar je het bij eet. Na een half uur wachttijd, mag het deksel van de pan en kun je de pilaf op smaak brengen. Heb je verse ongezouten bouillon gebruikt, dan zal hij zeker wat zout kunnen gebruiken. Heb je bouillonblokjes gebruikt, dan waarschijnlijk niet.

Enfin, zoals gezegd, na een half uur wilde ik het deksel van de pan nemen om mijn pilaf op smaak te brengen, maar wie schetst mijn verbazing, het deksel was vacuüm gezogen. Ongelogen waar. Met geen tien paarden waren pan en deksel nog te scheiden, de perfecte Maagdenburger bol. Pilaf tot in de eeuwigheid geconserveerd.

Dit laatste was natuurlijk niet echt een optie. Er moest immers gegeten worden. Een zwager heeft uiteindelijk deksel en pan met schroevendraaier en hamer bruut van elkaar gescheiden. De pilaf was onaangedaan.

Gepubliceerd: 16 oktober 2009
Categorieën: Bijgerecht, Recepten
Tags: ,
Commentaren: 1 Commentaar.

Klein uienleed

– Ik haat uien! Dit wordt soms vertwijfeld uitgeroepen door mijn dochter in de keuken van deeg als ze weer eens een paar kilo uien staat te verwerken. Ik roep dan terug:

– Nee! Houd van ze en ze geven je zoveel terug.

Dat is waar. Behalve dat uien onmisbaar zijn in de keuken voor vele basisrecepten, zijn ze ook nog eens van nature zoet. En zoet vinden mensen lekker. Dit zoet ontwikkelt zich pas echt goed als je de uien karamelliseert. Dat betekent niets anders dan dat je de uien op een laag vuur lange tijd stooft. Veel roeren zodat dit gelijkmatig gebeurt en oppassen dat het geheel niet aanbrandt. Deze basis kun je gebruiken voor heel veel recepten. Het maakt de klassieke uiensoep tot de ultieme verwarmende herfstmaaltijd.

Nou heb je natuurlijk de gewone gele ui, de rode ui, sjalot en lenteui, maar voor het volgende recept gebruik ik zoete uien. Deze worden in Nederland bijna niet geteeld en worden vaak uit Zuid Europa geïmporteerd. Normaal gesproken ben ik een voorstander van regionale producten. Kortere lijnen en dus verser en milieuvriendelijker. Vandaag gaan we zondigen en gebruiken we de cevenne ui. Deze ui wordt in Frankrijk geteeld in de Cevenne streek en is heel zoet en mild van smaak. Hij bevat vrij veel water. Dit maakt dat je hem zo rauw kunt eten. Alle stoffen ter verdediging lossen namelijk op in water en dat maakt deze ui een stuk minder irritant. Ook leuk voor mijn dochter.

Zeebaars met limoncello-uien

  • 250 g zeebaars
  • 400 g cevenne uien
  • boter
  • suiker
  • peper/zout
  • 1 steranijs
  • witte wijn
  • citroensap en –rasp

Portioneer de zeebaars in vier gelijke stukken filet, waar de huid nog aan zit. De huid licht bestrooien met zout en twintig minuten wegzetten.

Snijd intussen de uien in ringen en bak ze zacht in niet te hete boter. De uien mogen niet verkleuren. Doe er de witte wijn, citroensap en –rasp, een lepeltje suiker en de steranijs bij en laat inkoken tot de witte wijn bijna geheel verdampt is. Voeg nu een scheut limoncello toe en laat nog heel even pruttelen.

Dep de zeebaarsfilets af met wat keukenpapier en bak ze op de huidzijde op een hoog vuur tot je een bruin en knapperig velletje hebt. Zet het vuur nu lager en draai de filets om. Bak nog even tot de zeebaars gaar is. Je kunt de vis ook nagaren in een oven van 180 °C.

Leg in het midden van de borden een lepel uien en leg daarop de vis. Sprenkel er wat van de uiensiroop omheen.

Gepubliceerd: 24 september 2009
Categorieën: Recepten, Tussen
Tags: , , ,
Commentaren: Nog geen commentaar.

Boterkoek

boterkoek

In deeg serveren we bij de koffie en thee een oerhollands stukje boterkoek. In de beginperiode van deeg zijn we flink aan het sleutelen geweest om de goede verhoudingen te vinden. We zijn begonnen met de verhouding 1:1:1. Dat wil zeggen 1 kg boter, 1kg suiker en 1 kg bloem. Deze totale hoeveelheid past goed in een gastronormbak en is voor ons dus ideaal. Maar het resultaat was dat niet. Teveel suiker en een harde taaie koek. Minder suiker. Eieren toegevoegd. Langer gebakken. Korter gebakken. Eieren weer weggelaten etcetera.

Uiteindelijk heb ik boterkoek opgezocht in dedikkevandam van Johannes van Dam. Ach en wat fijn dat Johannes van Dam al zoveel research voor ons heeft gedaan. Hij gaat uit van een verhouding van 38% bloem, 35% boter en 27% suiker en dat werkt perfect. Wij voegen verder geen smaken toe. Dus geen vanille(suiker) of citroen. Gebruikelijk is om wat zout aan het deeg toe te voegen, maar zelfs dat laten wij achterwege. Belangrijkste is dat je een goede kwaliteit boter gebruikt. De smaak van je boterkoek verandert met de smaak van de boter die je gebruikt.

Verder is van belang dat je goed kneed tot je een homogeen deeg hebt. Laat je boter iets zacht worden, dat maakt je werk een stuk makkelijker. Kies een lage vorm. Dit kan een taartvorm zijn, of een brownievorm, kijk maar. Er zijn speciale boterkoekvormen op de markt met een mes om de gare koek los te maken van de bodem. Dat is niet echt nodig. Het is weer een extra ding in je kast en hoe vaak ga je hem gebruiken. Doe in plaats daarvan wat vetvrij papier in je vorm, dan haal je hem er net zo makkelijk uit.

Blijft de garingstijd en temperatuur. Wij bakken de koek af op 160 graden in 30 minuten. Maar dit kan in jouw oven anders uitpakken. Wij merken zelfs al verschil als de begintemperatuur van het deeg anders is. Gebruik je bijvoorbeeld superzachte boter om het kneedwerk te vergemakkelijken, dan wordt de oventijd iets korter voor het beste resultaat.

Onlangs wilde een gast de boterkoek kopen om mee te nemen naar huis. Wij nemen dan gemakshalve aan dat deze persoon de boterkoek onweerstaanbaar lekker vindt. Bij ons wordt de boterkoek meestal door de stagiaire gemaakt. In dit geval proefde de betreffende stagiaire de boterkoek nog eens aandachtig en zei:

-ja, hij is echt lekker hè!

Gepubliceerd: 16 september 2009
Categorieën: Recepten, Zoet
Tags: ,
Commentaren: Nog geen commentaar.