Bijdragen met de tag ‘satésaus’

Gado Gado

(een bijdrage uit m’n oude blog)

Gisteren had ik de hele dag zin in gado gado. Vaker komt het voor dat ik iets kook op basis van wat we in huis hebben. A l’improviste zal ik maar zeggen. Maar gisteren moest het gado gado worden. Gado gado is een Indonesische maaltijdsalade met satésaus. In principe voldoet iedere verzameling van groenten, maar er hoort in ieder geval taugé bij. Laat ik die nu net vergeten zijn . Wel had ik romanesco, sperziebonen, aardappel, winterwortel, kastanjechampignons, gemarineerde tofu en… waterkers. Dus geen taugé, maar wel waterkers. Dat laatste beviel erg goed, dus die houden we er in.

Kook de aardappels, winterwortel en sperziebonen gaar en bak de tofu en kastanjechampignons bruin op hoog vuur. De tofu had ik eenvoudig gemarineerd in sambal en ketjap manis. Rangschik deze verzameling op een serveerschaal. Wij hebben het warm gegeten, maar het kan natuurlijk ook koud. Verspreid tenslotte de waterkers decoratief over de groenten. Het geheel serveer je met emping, seroendeng en natuurlijk satésaus. Als bijgerecht is een komkommersalade zeer goed.

Dit is natuurlijk een volledig vegetarisch maal. Dat wil zeggen als je geen trassi gebruikt in de satésaus. En dat ga ik nou net wel doen. Dus tegen de vegetariërs zeg ik: laat maar weg. Ik vind het lekkerder met. Voor dit gerecht heb je een vijzel nodig. Of om in stijl te blijven een tjobek en oelekan. Mooi woord is dat: oelekan. Het gebruik van de vijzel vind ik altijd heel therapeutisch, maar je kunt natuurlijk ook de magimix gebruiken.

 satésaus

  • 2 gesnipperde sjalotjes
  • 2 teentjes knoflook
  • een stukje trassi
  • 1 el komijnzaad
  • 3 el korianderzaad
  • 2 tl sambal djeroek
  • 100 g cashewnotenpasta
  • 150 g pindakaas
  • 1 tl tamarindepasta
  • ketjap manis
  • 1 blik kokosmelk
  •  grof zout

De zaadjes even poffen in een droge koekenpan en daarna fijnwrijven in de vijzel. De knoflook, sambal, sjalotjes en trassi toevoegen en het geheel tot een pasta roeren met wat grof zout. Niet teveel, de trassi is ook al zout.

Deze pasta bak je in wat olie in een sauspannetje. Laat vervolgens de pindakaas en de cashewnotenpasta in de pan ‘smelten’. Voeg het blik kokosmelk toe en roer tot je een gebonden saus hebt.

Maak op smaak met de ketjap en de tamarindepasta en eventueel nog wat zout. Ik voeg aan deze saus geen suiker meer toe. Door het gebruik van de cashwews en de zoete ketjap vind ik hem zoet genoeg. Ben je zelf zoeter gewend, los dan nog wat goela djawa op in de saus.

Als de saus teveel is ingedikt, kun je nog wat gewoon water toevoegen.

Gepubliceerd: 27 augustus 2009
Categorieën: Hoofdgerecht, Recepten
Tags:
Commentaren: Nog geen commentaar.